Te beluisteren iedere maandag van 19:00 - 21:00 uur bij de HTR en op
zondag 11:00 - 13:00 uur bij
ROS-Kabelkrant, ZIGGO kanaal 43 en
24 uur per dag via onze website.

Bossche Straten 2018

315. Straat van ambachten - Krommeweg

Ed Hupkens
Auteur: Ed Hupkens  Met dank aan de Werkgroep Toponymie, Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch

Foto 315LBDe reeds gedeeltelijk gesloopte Krommeweg, gezien vanaf de Hofstad. Links het Don Boscohuis. Anno 1972.
Foto: Erfgoed ’s-Hertogenbosch nr. 0040389

Vanaf begin 14e eeuw stroomde het riviertje De Aa via waterpoort de Kleine Hekel de stad ’s-Hertogenbosch binnen. Deze waterinlaat maakte deel uit van de tweede stadsmuur, die hier Oostwal werd genoemd. De hekel lag ongeveer ter hoogte van het huidige kruispunt Oostwal en Zuid-Willemsvaart. Nadat De Aa via de Kleine Hekel de stad was binnengestroomd, splitste die zich in een ‘Hofstadstroom’ en een ‘Hinthamerstroom’. Tijdens de aanleg van de Zuid-Willemsvaart (1822-1826) werd in 1825 de Kleine Hekel afgebroken. Niet veel later werd de Hofstadstroom gedempt, de Krommeweg was geboren. De straatnaam verwijst naar het oorspronkelijk kromme verloop van deze voormalige Binnendiezetak.

Rond 1900 vestigde Hein Bouwmans zich als meester-kuiper aan de Krommeweg nummer 2. Hij maakte kuipen en vaten, die vanuit de werkplaats per handkar naar de Veemarkt (het latere Kardinaal van Rossumplein) werden gebracht om verkocht te worden aan boeren en veehandelaren. Van een wijnvat van Verlinden maakte een kuiper twee waskuipen. Van het residu op de bodem van het wijnvat konden een tot twee flessen wijn of port gevuld worden. Later repareerde Bouwmans ook houten wasmachines (tobbes). Volgens het adresboek van 1908 waren er in dat jaar in ’s-Hertogenbosch vijf kuipers met een eigen kuiperij werkzaam. Het gezin van Bouwmans betrok de woning boven de kuiperij op nummer 2A. Het echtpaar kreeg zeven kinderen, die na hun trouwen nagenoeg allen op de Krommeweg of directe omgeving bleven wonen. Lange tijd was Bouwmans de enige middenstander aan de Krommeweg. In 1947 nam zijn zoon Theodorus de kuiperij over. Toen deze midden zestiger jaren stopte, was hij de laatste, zelfstandige, Bossche kuiper.

Het pand tegenover de kuiperij, Krommeweg 1, was gebouwd door meester-brouwer H. Cléphas. Daarnaast was een opslagplaats van sanitair van Rouppe van der Voort. Diens buurman was Gerrit Beunis met zijn kolenhandel. Dan kreeg je de garagehouder voor auto’s Van Mossel. Op het volgende adres was het grote pand met als tijdelijke huurder de NCI (Nederlandse Confectie Industrie), waar meisjes op naaimachines kleding vervaardigden. In hetzelfde gebouw was het Don Bosco-parochiehuis gehuisvest, dat ook als buurthuis fungeerde. Op de hoek van de Zuid-Willemsvaart en Krommeweg zat Gerrit de Preeter met zijn motorfietsenwinkel en werkplaats, hij verkocht de Tsjechische merken Jawa en CZ. De gewone bewoning met mensen zat hoofdzakelijk aan de westkant van de Krommeweg.

 

© 2011 - 2018 'n Lutske Brabants - Vandaag: donderdag 16 augustus 2018 - Tijd: 00:00:00 - Webdesign: Broeklandsoft 's-Hertogenbosch - Sponsor: Dré van der Donk