Te beluisteren iedere maandag van 19:00 - 21:00 uur bij de HTR en op
zondag 11:00 - 13:00 uur bij
ROS-Kabelkrant, ZIGGO kanaal 43 en
24 uur per dag via onze website.

Bossche Straten 2018

308. Goede woningen De Hofstad

Ed Hupkens
Auteur: Ed Hupkens  Met dank aan de Werkgroep Toponymie, Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch

Foto 308LBWoningen aan de Verlengde Krommeweg anno 2012. Foto: Ed Hupkens

Na de Vestingwet van 1874 kregen uitbreidingsplannen voor de stad nieuw leven ingeblazen. Een aantal leden van aanzienlijke Bossche families, zoals Van Meeuwen, Tilman en Van Lanschot, richtten in 1879 een nieuwe particuliere bouwvereniging op: De Bossche Bouwmaatschappij. Deze bouwmaatschappij stelde zich ten doel om goedkope en hygiënisch verantwoorde huizen voor de arbeidersklasse te bouwen. De daadwerkelijke ontmanteling van vele voormalige vestingwerken in de periode tussen 1880 en 1890, gaf ’s-Hertogenbosch een geheel ander aanzien. Op de vrijgekomen militaire terreinen begon De Bossche Bouwmaatschappij huizen neer te zetten. Januari 1880 kocht De Bossche Bouwmaatschappij haar eerste grond, met een oppervlakte van bijna 20 aren. De kavel, een voormalige moestuin, was bestemd voor het bouwen van ‘flinke’ arbeiderswoningen en lag vlakbij de Hinthameruitgang. De nieuw aan te leggen straat werd in 1881 Muntelstraat genoemd. De straat zou verhard moeten worden met puin, sintels en grind. Tussen 1880 en 1889 kwam het totale woningbezit op tenminste 143 huizen: 34 aan de Zuidwal, 37 aan de Noordwal en 72 panden aan de Muntelwal, tussen de Muntelstraat en de Hofstad. De grondkosten bedroegen 4 gulden per vierkante meter. Voor die tijd waren de huizen aan de Zuidwal en Noordwal comfortabel: een voor- en een achterkamer, een aparte keuken en washok, kelder en zolder. Er hoorde een tuintje bij. Elke woning had een eigen privaat en aansluiting op de waterleiding. Deze woningen deden een huur van ƒ 1,60 tot ƒ 2,40 per week; voor de meeste arbeiders waren die te hoog. Aan de Muntelwal waren het beneden- en bovenwoningen van drie kamers, zonder aparte keuken, met waterleiding en aangebouwd privaat. De huren van deze woningen waren relatief laag: ƒ 1,20 tot ƒ 1,50 per week. Een ongeschoolde arbeider verdiende eind 19e eeuw ongeveer ƒ 350,- per jaar.

Van de marginale stadsuitbreiding langs de noordelijke stadswallen in ’s-Hertogenbosch, namen ook de opkomende industrie (ijzergieterij G. Dufay, loodpletterij N. Rouppe van der Voort; kunstboter van J.J. van den Heuvel) en enkele particuliere bouwers, veel ruimte in beslag. De eerste aanzet tot het bouwen van goede arbeiderswoningen door woningbouwverenigingen, vond haar toepassing in en rond de Hofstad. Toch zou het merendeel van de arbeidende klasse en het zogenaamde lompenproletariaat nog tot lang na de Woningwet van 1901 moeten wachten, voordat zij van de erbarmelijke woonkrotten verlost werden.

 

© 2011 - 2018 'n Lutske Brabants - Vandaag: zaterdag 26 mei 2018 - Tijd: 00:00:00 - Webdesign: Broeklandsoft 's-Hertogenbosch - Sponsor: Dré van der Donk